Heeft u ooit al eens op een Pedelec gereden? Veel mensen in Duitsland, zelfs degenen met een grote affiniteit voor vervoer op twee wielen, zullen deze vraag meteen met een duidelijk „Nee!“ beantwoorden. Waarschijnlijk klopt dat antwoord echter voor velen van hen helemaal niet. De reden hiervoor: er is veel verwarring over de termen rond fietsen met elektrische motorondersteuning. Maar daar brengen we nu verandering in.
Pedelec of E-bike? S-Pedelec of S-E-bike? Voor leken is het helemaal niet eenvoudig om het onderscheid tussen de verschillende categorieën en de bijbehorende regels en voorschriften te begrijpen. Vaak worden E-bikes en Pedelecs zomaar over één kam geschoren, alsof er geen verschil is. Maar dat is zeker niet het geval.
Geen exacte definitie
Wat zit er dus precies achter? We leggen deze vraag systematisch uit door de specifieke kenmerken van alle elektrische fietsen gedetailleerd te presenteren. We beginnen met de Pedelec. Wat is dat precies? Een exacte definitie is in het paragrafen-liefhebbende Duitsland niet te vinden – net zo min als voor de term E-bike. Dat maakt het er niet eenvoudiger op.
Ook de zogenaamd alwetende internetbron Wikipedia helpt ons hier niet verder. Want bij het zoeken naar de term „Pedelec“ worden we direct doorgestuurd naar de pagina over E-bikes. Dat was ook niets. Dus een derde poging. Ditmaal bij de grootste Duitse automobielclub ADAC, die sinds kort ook pechhulp voor fietsen en Pedelecs aanbiedt en regelmatig tests uitvoert met deze elektrische voertuigen. Als iemand verstand van zaken heeft, dan is het wel deze club.
Een ondersteunende elektrische fiets
En inderdaad: hier vinden we eindelijk een antwoord. Letterlijk ADAC: „Een Pedelec is een zogenoemde ondersteunende elektrische fiets. Deze wordt niet uitsluitend door spierkracht of uitsluitend door een motor aangedreven, maar is een combinatie van beide aandrijvingsvormen. Wanneer de berijder trapt, wordt hij ondersteund door de ingebouwde motor.“

Oké, dat helpt ons al een stuk verder. Pedelec betekent: zonder eigen inspanning van de rijder gebeurt er niets. Maar het gaat nog verder: er zijn namelijk Pedelecs die tot 25 km/u ondersteuning bieden. En die worden strikt juridisch behandeld als „normale“, analoge fietsen: je hebt geen rijbewijs of certificaat nodig. En een verzekering, bijvoorbeeld een aansprakelijkheidsverzekering voor het geval van letsel, is ook niet verplicht – al kan het wel verstandig zijn. Want ook bij een ongeluk met een Pedelec kunnen hoge kosten ontstaan.
250 watt continu vermogen is de limiet
Daarnaast mag de Pedelec-motor maximaal 250 watt continu vermogen leveren. Bovendien moet de trapondersteuning „progressief afnemen“ naarmate de snelheid toeneemt. Voor wie „progressief“ te streng klinkt: dat betekent dat de elektrische ondersteuning, de inmiddels spreekwoordelijke „ingebouwde rugwind“, geleidelijk afneemt wanneer de snelheid van de fiets de 25 kilometer per uur nadert. En zodra deze „geluidsmuur“ bereikt is, moet de „hulp“ volledig stoppen. Gelukkig staat de wetgever een tolerantie van tien procent toe aan fabrikanten en gebruikers. Dat wil zeggen: ook als er tot 27,5 km/u wordt geholpen, zijn er bij een mogelijke „dopingcontrole“ geen problemen. Niet te vergeten: ook een duwhulp tot zes km/u is toegestaan – wie die al eens heeft gebruikt weet hoe nuttig die kan zijn.
Verder nog belangrijk bij de Pedelec: er is geen minimumleeftijd voor de berijder, hoewel experts van de ADAC 14 jaar als instapleeftijd redelijk vinden. En: er is geen helmplicht, maar alle betrokken instanties raden sterk aan om toch een helm te dragen. Nog een regel die met de „kleine“ Pedelec verbonden is: wie ermee rijdt, moet gebruikmaken van gemarkeerde fietspaden en mag andere fietspaden berijden.

Met „S“ is 45 km/u toegestaan
Dat was genoeg over de Pedelec, nu voegen we een grote S en een koppelteken toe voor de term. Klaar is het S-Pedelec, dat dagelijkse ritten een stuk sneller kan maken. Want: de trapondersteuning stopt pas bij 45 km/u, en dat is de snelheid die ook kleine bromfietsen en microcars halen. Daarmee is één ding duidelijk: zonder rijbewijs gaat hier niets. Minimaal is het rijbewijs klasse AM verplicht. Daarmee mag je volgens het Duitse ministerie van Verkeer bijvoorbeeld voertuigen besturen met een constructiesnelheid tot 45 km/u en een verbrandingsmotor met een cilinderinhoud van maximaal 50 cc en een maximaal nominaal vermogen van vier kW bij elektrische motoren of een maximaal nuttig vermogen bij andere verbrandingsmotoren tot vier kW.
Duidelijke consequentie van de veel hogere snelheid: S-Pedelecs hebben een eigen verzekeringsplaatje nodig, net als een bromfiets. En: het gebruik van fietspaden is strikt verboden, de snelle voertuigen moeten verplicht op de weg rijden, ook al lijkt dat in de praktijk om veiligheidsredenen vaak een behoorlijke last. Hier een vrij fietspad en daarnaast een drukke weg – en geen mogelijkheid om het rustigere alternatief te kiezen. Dat er, net als bij bromfietsen en snorfietsen, ook voor snelle Pedelecs een helmplicht geldt, spreekt eigenlijk voor zich.
Middenmotor of achterwielmotor – de grote vraag
Omdat we er toch mee bezig zijn: wat is eigenlijk beter bij een S-Pedelec, een middenmotor of een achterwielmotor? De ADAC en de Zwitserse Touringclub hebben dat in de zomer van 2022 getest en kwamen tot het volgende resultaat: S-Pedelecs met achterwielmotor hebben op vlak terrein voordelen, omdat ze sneller accelereren en daar in de test moeiteloos de topsnelheid van 45 km/u haalden. Bij alle geteste fietsen met middenmotor begonnen de motoren bij 42 km/u hun ondersteuning te verminderen. Maar als het echt steil wordt, dus bij het klimmen, kunnen de achterwiel-aangedreven S-Pedelecs niet meer meekomen met hun middenmotor-collega’s.
En dan zijn we bij de „echte“ E-bikes, dus niet diegene die altijd per vergissing zo genoemd worden. Met deze voertuigen, die er in allerlei uitvoeringen, designs en maten zijn, is er geen trapondersteuning meer. Dat betekent: deze fietsen worden alleen in beweging gezet door een draai aan de rechterhandgreep of door de draaiknop die bekend is van quads of sneeuwscooters. De „kleinere“ uitvoering is, net als Pedelecs of door een verbrandingsmotor aangedreven bromfietsen, beperkt tot 25 km/u. Juridisch gezien zijn het inderdaad ook bromfietsen. En dat betekent: een helm is hier ook verplicht. En ook het verzekeringsplaatje, een hoogstaand metalen rechthoekje dat elk jaar van kleur verandert en het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering bewijst. Met de E-bike mag je buiten de bebouwde kom op fietspaden rijden. Binnen de bebouwde kom moet het gebruik expliciet worden toegestaan door aanvullende borden.
Snel zonder trappen
De laatste categorie in ons kleine E-bike en Pedelec-lexicon zijn de S-E-bikes. Die bereiken, net als de S-Pedelec, een maximale snelheid tot 45 kilometer per uur – maar alleen door de kracht van de motor en zonder enige trapondersteuning. Het verbrandingsmotor-equivalent is de bromsnorfiets. Wat weer inhoudt dat de E-bikes tot 45 km/u alleen mogen worden gereden als de berijder minimaal het rijbewijs klasse AM heeft. Heel logisch: ook hier is een verzekeringsplaatje verplicht. Ook hier geldt de helmplicht. En ook deze voertuigen mogen, net als de S-Pedelecs, alleen op de rijbaan rijden, niet op voet- of fietspaden.
Omdat we aan het begin bij het zoeken naar de term Pedelec bij Wikipedia faalden: wat weet de encyclopedie dan over de E-bike? Alstublieft, hier de korte uitleg: „Met E-bike (afkorting van het Engelse electric bike ‚elektrische fiets‘) wordt gewoonlijk een eenwielig voertuig met elektromotor bedoeld, in het bijzonder de elektrische fiets (een fiets met elektrische hulpmotor), soms ook aangeduid als Pedelec (acroniem van het Engelse pedal electric bicycle ‚trap-elektrische fiets‘) en Speed-Pedelec (S-Pedelec, tot 45 km/u).“
Klinkt een beetje verwarrend. Onze uitgebreide uitleg was hopelijk veel duidelijker.



Laat een reactie achter
Deze site wordt beschermd door hCaptcha en het privacybeleid en de servicevoorwaarden van hCaptcha zijn van toepassing.